CongresPodiumkunsten.nl


Stelling
De angst voor verlies van eigen identiteit staat zinvolle samenwerking en daarmee vergroting van het draagvlak voor de podiumkunsten in de weg.


Submit Survey  View Results

Simon Reinink

Uit de loopgraven: op zoek naar coalities binnen de klassieke muziek

foto Simon Reinink 2.jpg

In de 2e ronde van de parallelsessies ging Simon Reinink in op de problemen waarvoor volgens hem de klassieke muzieksector de aankomende jaren komt te staan.
Simon Reinink is algemeen directeur van het Concertgebouw in Amsterdam, maar sprak  nadrukkelijk ‘op eigen titel’. Hij begon met het delen van een aantal observaties en het delen van een aantal stevige stellingen. ‘Loek Hermans en keynote spreker Ben Cameron hadden tijdens de plenaire opening al veel thema’s besproken waarmee de klassieke sector aan slag zou kunnen gaan.’ Reinink zelf vindt dat de sector de eigen trots, de onvergankelijkheid van de klassieke muziek, de virtuositeit ervan en het excellente karakter wel eens wat duidelijker kan uitdragen. ‘We zeggen altijd: We zijn een sector in nood, laten we vooral voorzichtig zijn.’ Of we zeggen: ‘We moeten ons gaan op-pimpen.’ Ik vind dat we dat vooral niet moeten doen. We moeten de eigen trots uitdragen en uitstralen. Kijk naar de Boekenweek, met het Boekenbal. Een insider die daar geen ticket voor heeft kunnen bemachtigen baalt erover. Waarom hebben wij dat niet, een gala-avond voor de klassieke muziek, met een supertop aan gasten, met minister Plasterk, met de Koningin? Waarom proberen wij niet iets soortgelijks neer te zetten tijdens de Muziekweek? Juist dan zouden de concertgebouwen moeten focussen op topkwaliteit en het allerbeste laten zien dat ze kunnen. Het publiek heeft immers altijd door of iets topkwaliteit is. Ik heb het idee dat het begrip virtuositeit altijd bewondering zal opwekken.” Velen van de aanwezigen was deze nadruk op het uitstralen van de eigen trots uit het hart gegrepen.

Vervolgens werden de volgende drie strategische issues aangekaart:

1)    muziekeducatie in Nederland
‘Muziekscholen gaan dicht. Op scholen ligt de nadruk bijna alleen nog op taal en rekenen. De zogenaamde Lumpsum financiering (overheid geeft meer bestedingsvrijheid aan scholen) heeft ertoe geleid dat scholen financiële gaten proberen op te vullen door te korten op de zogenaamde "zachte vakken", waar muziekonderwijs onder valt. De leerlingen op de PABOs krijgen geen muziekonderwijs. Deze leerlingen zullen uiteindelijk de leraren worden van onze kinderen. Zij zien de waarde van muziekonderwijs niet, omdat ze zelf nooit muziekonderwijs hebben genoten. Als het zo doorgaat dan is over 20 jaar ons publiek weg. Ben Cameron had het in zijn keynote lezing over Christianne Stotijn (de Nederlandse mezzo sopraan). Zij komt uit een intens muziekaal topnest. Daar zijn er meer van in Nederland!’
Reinink stelt voor om een Nationale Taskforce Klassieke Muziekeducatie op te zetten dat een Deltaplan Muziekeducatie zou moeten uitvoeren. Deze Taskforce, bestaande uit 6-7 experts, zou zich richten op Conservatoria, Muziekscholen, Zalen en Ensembles, op zoek naar nieuw toptalent, beginnend bij de onderbouw. Ook zou de Taskforce succesvolle muziekscholen in kaart moeten brengen. Bewezen succesvolle leermodellen zouden over het hele land worden uitgerold. ‘Kijk naar de Centrale Leermiddelendatabase. Hetzelfde zou kunnen opgezet door het CNO (Contactorgaan van Nederlandse Orkesten). Een toonladder is een toonladder. Ook dat zou daarin moeten worden opgenomen. Geef de tools aan de scholen die aan muziekeducatie willen doen, en train de trainers.’
Educatie is het meest urgente onderwerp. ‘Educatie is het planten van een kleine kiem, dat moeten we het eerst oppakken. Probeer eerst het laaghangende fruit te plukken, en dan de rest.’ Een andere reden om prioriteit te geven aan educatie is dat er gemakkelijk financiering voor te werven is: ‘Het is tegenwoordig gemakkelijker om financiering te krijgen voor scholingsprojecten dan voor moeilijke muziek.’
De kanttekening bij deze nieuwe Taskforce is dat er sprake moet zijn van heldere verantwoordelijkheid en monitoren, iets dat nu bij muziekscholen ontbreekt. Reinink: ‘Ik heb het gevoel dat waar velen verantwoordelijk zijn er uiteindelijk niemand verantwoordelijk is. Er geen overkoepelende organisatie die garant staat voor de kwaliteit van de scholen.’

Vanuit de zaal kwam als commentaar op deze stelling onder meer:
- Ouders willen niet investeren in langdurige muziekeducatie voor hun kinderen. Ze laten tegenwoordig hun kinderen overal een beetje aan snuffelen, ‘en als je het niet leuk vindt, hoef je volgende week niet meer te gaan’. Het is niet meer in de mode om een klassiek instrument te leren spelen en daar lang op te studeren. Het is erg moeilijk om ouders te overtuigen van de waarde van een langdurige studie.
- Educatie zou niet alleen op jongeren gericht moeten zijn. Ook dertigers hebben verwerkingsvaardigheden nodig. Ook verkopers aan de kassa zouden moeten weten wat ze precies verkopen. Ook zij hebben educatie nodig.
- Door het verdwijnen van scholen is er geen garantie voor een infrastructuur dat lang in de lucht zal worden gehouden.
- Minister Plasterk is een grote fan van amateurkunst. Hoe moet de klassieke sector zich verhouden tot de amateurs en allerhande (buitenschoolse) participatieprogramma’s?

2) collectieve marketing
Net als op het vorige VSCD-congres werd het samenvoegen van backoffice service-units aangeraden. ‘Geef eens een deel van je budget, al is het maar 5000 euro, aan zo’n een langdurig project zonder meteen te denken: What’s in it for me. Individuele deelnemers zijn teveel bezig met de waan van de dag.’ Gedeelde services kunnen ondanks de centralisatie van middelen toch verschillende labels bedienen. ‘Ik geloof in less is more. Probeer niet meer te doen met minder middelen, doe minder maar doe het beter.’ Een Taskforce Collectieve Marketing zou less for more kunnen bewerkstelligen.
Meer specifiek werd ingegaan op het bevorderen van jong klassiek talent: ‘Kijk naar wat er mogelijk is in de visuele kunst. Damien Hirst, een nieuwe artiest die zijn kunst voor miljoenen verkoopt. Waarom kan dit wel in de visuele kunst en niet in de klassieke muziek? Niet alle contemporaine klassieke muziek is moeilijk. Het moet mogelijk zijn om, zoals in de visuele kunst, een publiek te vinden voor toegankelijke contemporaine muziek. Als we dat niet doen, dan verworden we tot een museaal instituut. Durf de nieuwe muziek en jong talent te ondersteunen!’
De zaal had bedenkingen bij de mogelijkheid van een contemporaine Hirst in de klassieke muziekwereld. Een aantal opmerkingen:
- Visuele kunst is niet te vergelijken met contemporaine klassieke muziek. De schedel van Damien Hirst (uitleg: een notoire hoofdsculptuur van bevroren bloed dat ondertussen al gesmolten is) wordt in een oogopslag begrepen. Zelfs toegankelijke muziek kost tijd. Echter, de context waarin de kunst van Hirst wordt geplaatst, dat zou eventueel creatieve oplossingen aandragen om klassieke muziek toegankelijker te maken.
- Er is geen betaalbare hedendaagse muziek. We zijn er als sector niet voor de ensembles. De ensembles zijn er voor ons.
- Is dat museale wel zo erg? Zijn we niet teveel bezig om allerlei veranderingen te forceren? Laten we wel een museum zijn!

In het kader van promotionele samenwerking werd kritiek geuit op de exclusiviteit van het Concertgebouw. Verwezen werd naar contracten tussen het Concertgebouw en artiesten waaruit bleek dat een klassiek programma nergens anders dan in het Concertgebouw zelf mocht worden opgevoerd. Reinink zei dat deze exclusiviteit alleen gold voor een heel klein aantal artiesten waarvan het Concertgebouw afhankelijk was voor een belangrijk deel van de inkomsten. ‘Wij stellen ons coöperatief op.’

3) vraag/aanbod oftewel volumetoename

‘Ik zie vanuit Amsterdam het volume van het aantal stoelen toenemen. Elke wethouder wil een vlakkevloertheater hebben in zijn stad. Er wordt zoveel gebouwd, de groei neemt steeds sneller toe. En wij laten dit als sector gebeuren. Als we niet zelf ingrijpen gaan we ten onder. Het gaat hier om ons cultureel vastgoed. We moeten deze volumediscussie op de agenda zetten. We moeten eens eerst kijken hoe groot de markt is voordat we nog meer volume in de lucht brengen.’
Helaas werd hier niet op ingegaan door de deelnemers.

E. Dilpizoglou


www.concertgebouw.nl